WORD OOK FAN OP
RECENT
"Kerktoren moet vuurtoren worden..."
"Onder de indruk van het fruitige Hageland..."
SNEL GELINKT
Dirk Van Mechelen
Annemie Neyts
Dirk Sterckx
Open VLD Nationaal
Open VLD Aarschot
Open Zone
Liberale Labo's
LVSV
CONTACT

Gwendolyn antwoordt op de vragen van 11.11.11.
26.05.07

Afgelopen vrijdag 25 mei, antwoordde Gwendolyn op de vragen van 11.11.11. Op uitnodiging van Yvan Godefroid ging ze dieper in op de Open Vld standpunten ter zake. Ondanks het regenweer werd het een interessant en leerrijk gesprek, op een terras in Leuven. Je leest de vragen van 11.11.11 en de antwoorden van Gwendolyn hieronder. Meer info kan je binnenkort lezen op de website van 11.11.11.

Algemene beschouwingen, Open Vld-standpunt:

De globalisering van de economie moet nieuwe kansen geven aan de ontwikkelingslanden. Daarom zijn wij een grote voorstander van de verdere liberalisering van de wereldeconomie en van de afbouw van alle vormen van protectionisme van de ontwikkelde landen in de vorm van productiesteun, exportsubsidies en van de handelsbelemmeringen die export vanuit de ontwikkelingslanden hinderen en de groei van de wereldhandel belemmeren.
Maar dat is voor de armste landen, waarvan de meeste in Afrika, onvoldoende. Zeker voor die landen is een forse inspanning nodig om hen met een ontwikkelingssamenwerking - gericht op het ontwikkelen van democratische instellingen, het bevorderen van rechtszekerheid, de empowerment van de mensen, het uitbouwen van de civiele maatschappij en de bestrijding van corruptie - een eind verder op weg te helpen.
Deze ontwikkelingssamenwerking moet er ook op gericht zijn om de ontwikkelingslanden te helpen, onder meer in Afrika, hun onderlinge handelsbelemmeringen af te bouwen.

Vragen en antwoorden
1. Het regeerakkoord moet het engagement herbevestigen dat België in 2010 0,7% van zijn rijkdom aan ontwikkelingssamenwerking zal besteden, én om in dat regeerakkoord een groeipad uit te tekenen waaruit blijkt hoeveel middelen daar jaarlijks grosso modo voor nodig zijn.

Eens.

In 2002 besliste de regering-Verhofstadt I om de belofte om 0,7 % van ons BBP aan ontwikkelingssamenwerking te besteden (een belofte die al begin jaren ’70 in het kader van de OESO werd gedaan) eindelijk hard te maken en de norm tegen 2010 te bereiken. Sindsdien wordt elk jaar bij de federale begroting een “solidariteitsnota” gevoegd waarin het groeipad van de middelen wordt aangegeven. Het is misschien een goed idee om dit groeipad ook in het regeerakkoord op te nemen.
Open Vld wil dat de volgende regering zich houdt aan de verbintenis om tegen 2010 0,7 % van haar BBP aan ontwikkelingssamenwerking te besteden.

2. België moet ‘echte’ hulp geven, die berust op een lange termijnvisie, en die inspeelt op de plannen van het zuiden. Dat betekent onder meer dat schuldverlichting, hoewel meer dan ooit nodig, niet langer bij de OESO gerapporteerd kan worden als ontwikkelingshulp, maar als een afzonderlijke categorie ‘Andere middelen voor Ontwikkeling’.

Eerder oneens.

De 0,7 % -norm voor ontwikkelingssamenwerking werd in het kader van de OESO overeengekomen. Het is ook het DAC-comité (Development Assistance Committee) OESO die bepaalt wat als ODA (official development aid) in aanmerking komt en wat niet. Ik ben overtuigd van de ontwikkelingsrelevantie van schuldverlichting/kwijtschelding en vind dus dat de OESO dit moet blijven beschouwen als ODA. Zelfs al bestaat de kans dat een ontwikkelingsland de schuld toch nooit zou kunnen terugbetalen (en er dus eigenlijk geen extra budgettaire ruimte komt voor het land in kwestie) is een kwijtschelding of verlichting toch belangrijk: het land komt in aanmerking om nieuwe leningen bij ons aan te gaan.
Open Vld wil een eenmalige kwijtschelding van alle schulden van de arme landen die werk maken van goed bestuur en een gericht ontwikkelingsbeleid ten gunste van de bevolking voeren. Die eenmaligheid is noodzakelijk om de leiders van die landen duidelijk te maken dat ze niet opnieuw onaflosbare leningen kunnen aangaan. (uit het verkiezingsprogramma van Open VLD)
Open Vld veroordeelt de zgn. “aasgierfondsen”, fondsen die beslag laten leggen op de middelen bestemd voor de schuldverlichting van ontwikkelingslanden alsook op ontwikkelingsgelden.

3. Een Minister voor ontwikkelingssamenwerking met volledige zeggenschap over een goed gevulde portefeuille (0,7% in 2010), met een goed functionerend kader (DGOS en BTC) dat minimaal 60% van de middelen voor ontwikkelingssamenwerking omzet.

Eens.

Dit is de voortzetting van het beleid van de regeringen-Verhofstadt. In het inleidende paragraafje suggereert de vraagsteller dat het departement ontwikkelingssamenwerking zelf (onder bevoegdheid van de minister voor OS) nu voor minder dan 60% van de middelen bevoegd zou zijn. Dat hangt natuurlijk af van de mate waarop schuldverlichtingsoperaties (die op rekening van Financiën komen) worden doorgevoerd in een bepaald begrotingsjaar. Is het niet een beetje kunstmatig er zo op te hameren wie precies het geld uitgeeft?

4. Een kwalitatief goede, gendergevoelige, onvoorwaardelijke en ongebonden ontwikkelingssamenwerking, in functie van en geïnspireerd door het zuiden.

Helemaal eens. Dit is een voortzetting van het huidige beleid.

Kwijtschelding van schulden en ontwikkelingshulp moeten losgekoppeld worden van de economische belangen van het donorland. De hulp moet dus ‘ongebonden’ zijn. Het geld moet specifiek gaan naar basisinfrastructuur zoals scholen, ziekenhuizen en bestuurlijke diensten. Open Vld vraagt dat alle ontwikkelingshulp ‘ongebonden’ is en ten goede komt van de basisinfrastructuur van arme landen zoals scholen, ziekenhuizen en bestuurlijke diensten.
Open Vld vraagt dat gendergelijkheid een prioriteit is bij ontwikkelingssamenwerking. 70% van de armen wereldwijd is vrouw. Vrouwen werken twee derde van het totaal aantal gewerkte arbeidsuren en ze produceren minstens de helft van het voedsel. Anderzijds verdienen ze maar 10% van het totale inkomen en hebben ze maar 1% van de eigendommen in handen. Aandacht voor het wegwerken van de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen wereldwijd is dus geen overbodige luxe, maar een evidentie: zonder gendergelijkheid zal er geen ontwikkeling zijn.
(zie ook uitgebreid het verkiezingsprogramma Open Vld)

5. Een coherent beleid te voeren waarbij onder meer het defensiebeleid, het klimaatbeleid, het handelsbeleid en het fiscaal beleid worden getoetst aan het ontwikkelingsbeleid en de impact op het zuiden. Een minimale vereiste is dan dat beslissingen op die domeinen het ontwikkelingsbeleid niet schaden. Die ‘coherentietoets’ moet een vast agenda-punt zijn op de ministerraad.

We zijn zeker voorstander van een grote coherentie tussen al die beleidsdomeinen. Of dat met een “coherentietoets” geïnstitutionaliseerd moet worden is een andere vraag. Ik ga niet helemaal akkoord met de precieze invulling die aan dit principe van coherentie gegeven wordt in de inleidende paragraaf. Zo zou ontwikkelingssamenwerking aan landen die een buffer tegen terrorisme kunnen vormen, een aanfluiting zijn van het principe van coherentie. Is niet het omgekeerde het geval (op voorwaarde natuurlijk dat het ontwikkelingslanden betreft)? Wij zijn er in ieder geval niet tegen om meer aandacht te besteden aan het verband ontwikkeling-migratie. En zodoende onze ontwikkelingssamenwerking iets meer te concentreren op landen die een sterke emigratiedruk kennen.
De coherentie in het beleid is in de eerste plaats een afspraak tussen de minister-sterkhouders in de federale regering. Om de coherentie politiek “zichtbaar” te maken, zou het onderwerp kunnen opgenomen worden in de solidariteitsnota die elk jaar aan het Parlement wordt overgemaakt. De Eerste Minister kan er in zijn jaarlijkse beleidsverklaring op ingaan.
De ontwikkelingshulp moet evenwel efficiënter. Ze moet erop gericht zijn de hulpbehoevende landen en mensen zelfredzaam te maken. Daarvoor is meer samenhang tussen ontwikkelingssamenwerking en andere beleidsdomeinen noodzakelijk.

6. De Belgische overheid moet internationaal en Europese initiatieven ondersteunen voor het ontmantelen van belastingsparadijzen en voor het oprichten van een internationale belastingsorganisatie. Op Belgisch niveau moet ze dringende maatregelen nemen zoals bijvoorbeeld het opheffen van het bankgeheim. Op dit ogenblik ontsnapt teveel geld aan de belastingen, waardoor er minder middelen beschikbaar kunnen worden gemaakt voor ontwikkelingssamenwerking.

Eerder eens MAAR:

Wie in het buitenland de strijd aangaat tegen fiscale fraude en belastingsparadijzen, moet eerst in eigen land over een helder en eenvoudig belastingssysteem beschikken. Ik pleit voor de invoering van een FAIR TAX, met drie belastingsschalen en drie aftrekkorven. Ons eigen fiscaal huishouden eenvoudiger maken is een noodzakelijke voorwaarde om in het buitenland geloofwaardig te spreken.
Enig realisme is wel geboden. De hemel beloven is in dit thema gelijk aan liegen. Zelfs op het niveau van de EU is het bijzonder moeilijk een communautair beleid inzake fiscale materies te ontwikkelen...

7. België moet binnen de Europese Unie concrete stappen zetten die Israël dwingen om het internationaal recht na te leven, de bezetting en kolonisatie stop te zetten en de muur af te breken. België moet onder meer ijveren voor politieke sancties, zoals de opschorting van het Associatie-Akkoord (dat handelsrelaties tussen EU en Israël regelt), een stopzetten van de wapenhandel en het opschorten van elke vorm van militaire samenwerking.

Eerder oneens. Vragen 7 en 8 hangen samen!

Deze paragraaf is unilateraal tegen Israël gericht en gaat dus in tegen onze benadering van “honest broker” in het Israëlisch-Palestijns conflict. Het Associatie-Akkoord bevat een belangrijk luik van politieke dialoog en het zou contra-productief zijn die dialoog af te breken door de opschorting ervan. Bovendien kan een doorbraak in het oplossen van het conflict niet alleen door de EU worden geforceerd. Voor Open Vld moet heel het Kwartet betrokken worden: de VN, de EU, Rusland en zeker ook de VS (die de sleutel in handen hebben).

8. België dient binnen de Europese Unie te pleiten voor een onmiddellijke hervatting van de steun aan de Palestijnse autoriteit.

Eerder oneens, omdat dit samenhangt met de vorige vraag.

De voorwaarden zijn duidelijk: Hamas moet de Staat Israël en zijn grenzen erkennen en het gebruik van geweld afzweren. Dit gezegd zijnde zet België zich wel degelijk in voor steun aan het Palestijnse volk (o.m. via projecten van onze ontwikkelingssamenwerking en via de Wereldbank). Het zou echter een verkeerd signaal zijn de voorwaarden aan Hamas, die fundamenteel zijn om een oplossing te vinden voor het conflict, te laten vallen.

9. Als lid van de Veiligheidsraad van de VN, dient België te pleiten voor een VN-vredesconferentie voor het Midden-Oosten waar met alle betrokken partijen gezocht wordt naar een rechtvaardige politieke oplossing voor de verschillende conflicten.

Eens.

Een vredesconferentie heeft voor ons wel pas zin wanneer eerst de vorige stappen in het zogenaamde Stappenplan of Road Map van het Kwartet gezet zijn: een einde aan het geweld, een erkenning door beide partijen van mekaars bestaansrecht en een politieke dialoog. Enkel zo kunnen we denken aan een vredesconferentie die moet leiden naar de enige mogelijke definitieve oplossing: twee onafhankelijke, leefbare staten die elkaar erkennen binnen veilige grenzen.

10. België voert een dialoog over het respect voor de mensenrechten, de persvrijheid en de democratische ruimte voor het maatschappelijk middenveld met de regeringen van Rwanda, Burundi en Congo. Deze dialoog moet leiden tot ijkpunten (benchmarks) en doelstellingen die op vooraf vastgelegde momenten geëvalueerd worden. Dezelfde aanpak wordt gehanteerd voor hoofddomeinen van ontwikkelingssamenwerking – gezondheid, onderwijs, landbouw – met het oog op armoedebestrijding en het dichten van de kloof tussen stad en platteland.

Eens.

Maar, ook de strijd tegen de corruptie is voor de VLD een prioriteit.
De Open Vld dringt verder aan op een ‘Plan voor Afrika’. Voor Afrika is onmiddellijke actie vereist. De Verenigde Naties berekenden dat alle basisproblemen op het Afrikaanse continent op korte termijn kunnen worden aangepakt. Maar daarvoor is zestig miljard euro nodig. Hiermee kan voor elke Afrikaan proper water, sanitair, basisgezondheidszorgen en onderwijs worden gegarandeerd. Het oplossen van al die problemen zou een stijging van de economische groei betekenen van minstens 2% van het BBP. Met dit internationaal ‘Plan voor Afrika’ zou het continent de noodzakelijke duw in de rug krijgen om aan te sluiten bij de rest van de wereld. Maar dit plan kan pas ten volle renderen als de Afrikaanse regeringen hun verantwoordelijkheid nemen en deze middelen doelgericht gebruiken om de ontwikkeling van hun land te bevorderen. Goed bestuur, strijd tegen corruptie, uitbouw van de rechtsstaat en een minimale sociale bescherming zijn daarbij noodzakelijk. (ik verwijs opnieuw naar het verkiezingsprogramma Open VLD).

11.België pleit binnen de VN-Veiligheidsraad voor initiatieven voor vrede en veiligheid in de regio. Veiligheid in het grensgebied en de geregelde terugkeer van buitenlandse gewapende groepen moet daarbij centraal staan. Hiervoor werden regionale actieprogramma’s opgesteld in het kader van de Internationale Conferentie rond het gebied van de Grote Meren.

Eens.

Dit is trouwens een voortzetting van het beleid van minister De Gucht.

12.België neemt initiatieven opdat de exploitatie van de natuurlijke rijkdommen ten goede komen van de Congolese bevolking. In het bijzonder ijvert België voor de herziening en de heronderhandeling van de mijncontracten die tijdens de oorlog en transitie tot stand kwamen.

Eens.

De exploitatie van natuurlijke rijkdommen in de DR Congo zal door België op de agenda worden gezet van de VN-Veiligheidsraad wanneer wij er het voorzitterschap van waarnemen. Anderzijds is het geen goed idee àlle mijncontracten te herzien en te heronderhandelen; enkel deze die manifest illegaal of zeer nadelig zijn voor één van de contracterende partners moeten herzien worden. Zoals minister De Gucht heeft opgemerkt, namen bedrijven in de woelige periode tijdens de oorlog en transitie ook enorme risico’s. Het komt de rechtzekerheid niet ten goede mochten ook de bona fide bedrijven nu gestraft worden voor het investeren in onzekere tijden. Men staart zich te veel blind op de eigendomsstructuur van de mijnbedrijven, en te weinig op de belastingsinkomsten die de Congolese staat zou moeten kunnen innen op de mijnPRODUCTIE. Vooral daar liggen de uitdagingen. Het doet er niet zozeer toe in hoeverre Gécamines (het grotendeels ontmantelde Congolese staats-mijnbouwbedrijf) in de winst van een bepaalde exploitatie deelt, wél in welke mate de Congolese staat en de bevolking via de inning van belastingen beter wordt van de herneming van de mijnbouw in het land.

13. Recht op bescherming van de landbouw:

Door ontwikkelingslanden in de WTO een zo groot mogelijke bescherming van landbouwproducten te bieden.
Om ACP-landen vrij te stellen van wederkerige marktopening in het kader van de EPAa-onderhandelingen.
Eens noch oneens.

Minder eens met de tweede bullet. Wel met de eerste. Open Vld is voorstander van méér liberalisering als uitgangspunt en dus is principiële openstelling een belangrijk signaal. Toch zijn dan uitzonderingen nodig om negatieve gevolgen op te vangen. Wij zien het dus omgekeerd : openstellen met uitzonderingen i.p.v. gesloten houden mits uitzonderingen.
De EPA (economic partnership agreements) komen in de plaats van het handelsluik van de akkoorden van Cotonou tussen de EU en de ACP-landen. Cotonou heeft vooral aangetoond dat de productie en de handel (ook voor landbouwproducten) niet gestimuleerd wordt door een overdreven bescherming tegen concurrentie. Het aandeel van de ACP-landen in de totale Europese import is gedaald t.o.v. pre-Cotonou! Een veto tegen marktopening is dus niet de juiste weg. Wel moet de opening geleidelijk gebeuren, eventueel met uitzonderingen én moeten de negatieve gevolgen voor een aantal beroepsgroepen in de betrokken ontwikkelingslanden worden opgevangen.
Volgens ons zal België moeten blijven ijveren voor een eerlijk en rechtvaardig multilateraal vrijhandelssysteem, met regelingen waarin rekening wordt gehouden met de belangen en behoeften van de zwakste landen.

14. Er is nood aan nieuwe internationale mechanismen om grondstoffen in het algemeen en landbouwproducten in het bijzonder lonender te maken en aanbod en vraag beter op elkaar af te stemmen.

Eens, hoewel dit afstemmen van aanbod en vraag natuurlijk ook betekent dat een grote overproductie zal moeten worden weggewerkt…

15. Het ontwikkelen van indicatoren voor menswaardig werk , in samenspraak met andere donoren. Die indicatoren moeten het mogelijk maken vooruitgang op het vlak van waardig werk in kaart te brengen, zoals dat ook gebeurt voor de andere Millenniumdoelstellingen.

Eens.

Open Vld is er in ieder geval groot voorstander van om de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) naast een tong ook tanden te geven. Ze moet kunnen optreden tegen flagrante schendingen van haar fundamentele arbeidsconventies (dwangarbeid, geen recht op vereniging, kinderarbeid enzovoort).


copyright 2009-gwendolynrutten.be
Gwendolyn Rutten

Kandidaat-voorzitter!

"De kracht van realisme:
programma"



>